Het AIOTO-schap in Rotterdam
Sinds enkele jaren bestaat de mogelijkheid om in een zogenaamd AIOTO-traject
de huisartsenopleiding te combineren met een onderzoekersopleiding cq
promotieonderzoek. AIOTO staat voor arts in opleiding tot huisarts en
onderzoeker. Er zijn veel aspecten die met het AIOTO-schap te maken (kunnen)
hebben. Dit stuk biedt hiervan een overzicht.
Algemene uitgangspunten
De huisartsgeneeskunde is erbij gebaat dat er op wetenschappelijk onderzoek
georiënteerde huisartsen zijn. Wetenschappelijk onderzoek is een wezenlijk deel
van de huisartsgeneeskunde.
Huisartsen zijn niet alleen nodig bij het verrichten van onderzoek, maar ook om
het gat dat bestaat tussen "de wetenschap" en de dagelijkse praktijk
te overbruggen.
Wetenschappelijk georiënteerde huisartsen
Om op wetenschappelijk onderzoek georiënteerde huisartsen op te leiden zijn er
op de afdeling huisartsgeneeskunde van het Erasmus MC verschillende
mogelijkheden:
De derde mogelijkheid lijkt dus goed tegemoet te komen aan de uitgangspunten. Deze conclusie is al eerder door anderen getrokken bij de introductie van de AGIKO-constructie (Assistent-Geneeskundige In Opleiding tot Klinisch Onderzoeker) in de kliniek.
Regels
Het College voor Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisartsgeneeskunde (CHVG) heeft
richtlijnen opgesteld voor het AIOTO-schap. Dit geldt zowel voor huisartsen als
verpleeghuisartsen en artsen voor verstandelijk gehandicapten in opleiding. Deze
richtlijnen staan verwoord in artikel 3 van het CHVG besluit (no. 9-2000):
De Huisarts en Verpleeghuis Registratie Commissie (HVRC) dient een opleidingsplan voor een AIOTO goed te keuren. Bij goedkeuring van het traject door de HVRC neemt de SBOH de AIOTO voor de duur van de opleiding en het onderzoek in dienst. De AIOTO ontvangt daarbij een HAIO-salaris.
De Rotterdamse situatie
Op de Rotterdamse afdeling huisartsgeneeskunde is er voor gekozen om perioden
waarin fulltime aan onderzoek/onderzoeksopleiding wordt besteed af te wisselen
met perioden waarin fulltime aan de huisartsopleiding wordt besteed. Redenen
daarvoor zijn, dat de huidige huisartsopleiding per week drie en een halve dag
praktijkvoering kent en dat verkorting daarvan het vervolgen van patiënten zou
belemmeren; de combinatie van opleiding en onderzoek binnen een werkweek niet
optimaal productief lijkt; en tenslotte dat blokken huisartsopleiding en
onderzoek gemakkelijk in te delen zijn in de fasering van blokken van de andere
HAIO's.
Toetsing
De normen die gesteld worden voor de AIOTO tijdens de huisartsopleiding zijn
gelijk aan die van collega HAIO's ("de AIOTO is een gewone HAIO"). De
normen die gelden voor de AIOTO in de rol van promovendus zijn gelijk aan die
voor een AIO.
Tijdspad
De tijd die de AIOTO besteedt aan onderzoek is korter dan de tijd die een
"normale" promovendus aan zijn/ haar onderzoek besteedt: in de
trajecten die voor de huidige AIOTO's zijn vastgesteld is twee tot tweeëneenhalf
jaar onderzoekstijd ingedeeld. Een half jaar van de onderzoekstijd wordt
ingenomen door de cursussen van het Netherlands Institute for Health Sciences
(NIHES-master of science epidemiologie). Om economisch met de tijd te kunnen
omgaan dient ieder traject dan ook zorgvuldig te worden uitgestippeld.
Richtlijnen hiervoor zijn slechts basis van ervaring van enkele AIOTO's te
geven. In principe zorgt de afdeling onderzoek ervoor dat de AIOTO slechts een
beperkt deel van zijn tijd aan dataverzameling besteedt.
Randvoorwaarden
Er geldt een aantal randvoorwaarden die voor de onderzoekperiode, de
opleidingsperiode en de AIOTO zèlf om het AIOTO-schap vruchtbaar te laten zijn.
De randvoorwaarden die voor het AIO-gedeelte gelden zijn met name "efficiëntie"-maatregelen.
Randvoorwaarden voor het HAIO-gedeelte zijn vooral gericht op een prettige
uitvoering van het gecombineerde traject en kunnen bijdragen aan een verdere
uitwerking van wetenschap en wetenschappelijk onderzoek in de opleiding tot
huisarts.
Randvoorwaarden voor het onderzoek ("AIO-gedeelte")
De beperkte tijd die een AIOTO te besteden heeft aan onderzoek leent zich niet
voor onderzoek dat nog moet worden opgezet. Data voor onderzoek dienen met
weinig moeite beschikbaar te zijn; analyse van eerder verzamelde gegevens of het
uitvoeren van systematische reviews zijn hiervoor (onder andere) geschikt.
Ook de begeleidingscommissie van het onderzoek dat de AIOTO verricht is zich
bewust van de geringere tijd die beschikbaar is. Eventueel vervult de
onderzoeksgroep (kleine) verplichtingen van de AIOTO (zoals het controleren van
een drukproef van een artikel). De AIOTO heeft in principe geen onderwijstaken
(in tegenstelling tot de meeste AIO's), wel volgt hij/ zij de plenaire
onderzoeksactiviteiten op de afdeling en een aantal cursussen (meestal de
opleiding MSc Epidemiology).
Randvoorwaarden voor de opleiding ("HAIO-gedeelte")
De beroepsopleiding tot huisarts vindt plaats in de praktijk van de
huisartsopleider en op de afdeling (terugkomdagen). Hieruit vloeit voort dat de
opleider open staat voor wetenschappelijk onderzoek en in het bijzonder voor een
HAIO die zich (ook) wetenschappelijk ontpopt. Tijdens de opleidingstijd zal de
aandacht van de AIOTO primair uit moeten gaan naar de opleiding; er zullen
echter momenten zijn dat de aandacht van de AIOTO gevraagd zal worden door het
onderzoek. Hierbij wordt een open houding van de opleider verwacht (zie onder
bij sprokkeldagen).
Ook de sectie huisartsopleiding ondersteunt de gedachte dat wetenschappelijk
onderzoek een nuttig onderdeel van de opleiding vormt. Het beperkt werken aan
onderzoek tijdens de opleiding staat dus niet gelijk aan "verzuimen".
Door het managementteam huisartsopleiding is een richtlijn opgesteld met een
maximering van het aantal dagdelen onderzoek tijdens de HAIO-tijd. Voor
huisartsopleiders geldt vooralsnog de "ja, tenzij" strategie: elke
potentiële opleider wordt in principe geschikt acht om een AIOTO op te leiden,
tenzij hij vooraf aangeeft dit niet te wensen. Vooraf informeert de
huisartsopleiding de opleiders over de verwachtingen die zij -extra- heeft ten
aanzien van de opleider van een AIOTO.
Randvoorwaarden voor de AIOTO zèlf
Van de AIOTO wordt verwacht dat hij/ zij de combinatie van promotieonderzoek en
huisartsopleiding wil vervullen. Vooral op de momenten dat juist de combinatie
verlangd wordt is flexibiliteit noodzakelijk. De AIOTO dient flexibel te zijn,
in de zin dat opleiding en onderzoek een ander soort aandacht vragen. Juist in
de periodes waarin beide de aandacht vragen dient de AIOTO het overzicht te
behouden en op beide aspecten te kunnen concentreren. Overigens schroeft de
AIOTO tijdens het HAIO-gedeelte de onderzoeksactiviteit tot een minimum terug en
vice versa.
Verder dient de AIOTO te overwegen wat zijn/ haar werktijden zullen zijn.
Formeel heeft de AIOTO een 36-urige werkweek (exclusief diensten en zelfstudie;
in dienst van de SBOH). Het uitvoeren van een promotieonderzoek zal echter soms
moeilijk zijn in anderhalf tot twee jaar tijd, als de AIOTO van een strikte
36-urige werkweek uitgaat.
De afdeling stelt de AIOTO in de gelegenheid om in een korte tijd tot een
promotie te komen. Hiervoor doet de afdeling een aantal investeringen. Van een
AIOTO wordt verwacht dat hij/ zij hier tegenover ook een investering doet.
"HET" traject
Zoals gesteld in de inleiding is een ideaal traject vooralsnog alleen op
theoretische gronden en beperkte ervaring op te stellen. Ieder traject heeft
voor- én nadelen. Hieronder volgt een aantal richtlijnen:
Voordelen AIOTO-schap (samenvatting)
Met de instelling van AIOTO trajecten wordt op een tijdsefficiënte manier
tegemoet gekomen aan de wensen (eisen) van de beroepsgroep om meer
wetenschappelijk georiënteerde huisartsen op te leiden (de AIOTO's zelf).
Bovendien wordt wetenschappelijk onderzoek een belangrijker aspect van de
opleiding tot huisarts. De introductie van wetenschappelijk onderzoek door een
AIOTO tijdens de opleidingsjaren (collega HAIO's en groepsbegeleiders) kan
bijdragen aan een positieve wetenschappelijke attitudevorming van alle
huisartsen in wording.
Auteur: Marco Blanker (AIOTO).
Stuk bewerkt door: Bart Koes (hoofd onderzoek) en Frits Bareman (plv hoofd
huisartsopleiding)
Vastgesteld in het managementteam afdeling huisartsgeneeskunde dd 6 januari 2003